Wat is beelddenken?

Denk je meer in beelden dan in woorden? Weet je dingen zonder dat je kunt uitleggen hoe of waarom? Heb je een levendige verbeelding of fantasie? Dit zijn drie vragen die voorkomen in een test over beelddenken.

Informatie anders verwerken

Er zijn veel kenmerken van beelddenken. Het belangrijkste om te weten is dat een beelddenker informatie op een andere manier verwerkt. Niet trager, niet sneller, niet beter of sneller… gewoon anders.

Hoe word je een beelddenker?

De voorkeur voor beelddenken ontstaat al op het moment dat je kind bent. Beelddenken bij een volwassene werkt op dezelfde manier, al heb je misschien tegen die tijd al min of meer leren omgaan met beelddenken. Het kan ook zijn dat je (daarnaast) hebt geleerd om in taal te denken.

Even technisch

De officiële term voor beelddenken is een visuele cognitieve stijl hebben. Omdat in het onderwijs voorkeur is voor analyses vanuit taal, levert dit soms uitdagingen op. Beelddenkers zijn vaak creatief, slim en ondernemend, maar lopen vanaf groep drie soms vast.

Als je denkt aan een boek, wat zie je dan voor je?

Denk je aan de letters b, o, e en k? Of zie je een leesboek met bladzijden, waar je doorheen kunt bladeren, met een mooie coverfoto of een illustratie, met een foto op de achterkant…

 

Boek of boek?

Stel je voor dat je bij dit woord altijd een boek ziet. Het maakt niet uit of dat boek nu op zijn kop ligt, rechtop staat of achterstevoren in je hoofd verschijnt. Het blijft een boek.

Het lastige is dan dat je de letters van het woord niet op zijn kop kunt zetten of achterstevoren kunt schrijven, want dan staat er opeens geen ‘boek’ meer. Dat is heel anders dan een boek voor je zien, dat altijd hetzelfde is.

 

Boek neerleggen

Anders leren denken kan lastig zijn. Het kan gelukkig echt! Je weet bijvoorbeeld hoe je een boek neerlegt om hem te lezen. Dat kan op één manier. Zo moet je ook leren om letters ‘neer te leggen’ om een begrip te vormen.

Stel je voor dat iemand je vraagt om vijf dingen te doen.

  1. Eerst moet je naar binnen lopen;
  2. Dan je schoenen uit doen;
  3. Die onder de kapstok zetten;
  4. Je jas ophangen;
  5. Je rugtas af doen.

… en daarna pas mag je op de bank gaan zitten.

 

In je hoofd iets doen

Als je in gedachten al al die handelingen hebt gedaan, kan het zijn dat je opeens op de bank zit met je jas nog aan en je rugtas nog om.

Dat doe je niet expres, als beelddenker. Je moet leren dat iets wat je heel levendig voor je ziet, nog niet altijd echt gebeurt of echt is.