Met Kees van Kooten in de autobio graven 26 oktober 2018 – Tags: , , , , , , , ,

ZijUitZicht

Op een van de ontelbare nazomerdagen van 2018 – klaar met werk in Zwolle, rijdend terug naar de kust – besef ik dat dit mijn kans is om even van mijn agenda af te wijken en van de radar te verdwijnen. De eerstvolgende afslag leidt me door een park dat helemaal niet Nederlands lijkt, dus eigenlijk best gek dat het van ons is, met die kleuren en die ruimte – waar is iedereen eigenlijk? – en van pure vreugde dat ik de Veluwe heb ontdekt besluit ik mezelf op een uurtje eetlezen in de zon te trakteren.

Zonwending

Het terras dat ik kies heeft zes tafels in de zon en tien in de schaduw. Ik wil de zon en vraag de serveerster of iemand van de lunchers bijna vertrekt, nee denkt ze, dus ik schat in welke tafel als eerste door de zon uit de schaduw van de bomen geschoven wordt. Dat kun je natuurlijk niet weten, zegt de serveerster, maar dat kan ik wel, want daar is een zeer voorspelbaar patroon in geconstateerd, qua zonwending enzo, maar de serveerster schudt haar hoofd, en we staren elkaar even aan en besluiten dat we elkaar ongeveer even mysterieus vinden. Ik kies een tafel en tegen de tijd dat ze mijn koffie komt brengen, zit ik volop in de zon. Ze glimlacht, maar helaas zegt ze niet nou, dat is ook toevallig, want dat had ik wel schattig gevonden.

Op ‘mijn’ terras zit ik met Kees van Kooten, vijf stellen en een groep vriendinnen, niet de mijne, zo’n acht stuks, misschien zijn het er negen, maar ik wil niet te lang kijken anders lijkt het misschien of ik iets wil vragen en daar heb ik juist helemaal geen zin in. Niet dat ik geen vragen heb want gerust wel, bijvoorbeeld kennen jullie elkaar van zwangerschapsyoga, maar dat is dan eerlijk gezegd vriendelijk charmerend bedoeld, want ze hebben meer de leeftijd dat ze elkaar kennen van incontinentiegym, maar ja, om dát nou te gaan vragen is misschien iets te scherp geconstateerd, of gewoon te scherp.

Bindinsangstringetje

Een van de vriendinnen noemt de namen op van alle mensen die ze kende die zijn overleden en aan welke kanker. Mijn filters zijn al snel ingesteld op hun luide stemmen en als mijn lunch arriveert, ben ik eigenlijk verbaasd dat inmiddels ook alle lege tafels bezet zijn. Iedereen staart zwijgend voor zich uit. Is dat wat je doet als stel? Er klemt een bindinsangstringetje om mijn luchtpijp en ik bedenk ademsnakkend een excuus, een reden, iets geruststellends, dat ze misschien samen gezellig ergens naar kijken.

Maar wat dan? Er is weinig te doen op dit terras, ik bedoel, als Noordzeekuster zie ik alleen maar hoge bomen en geparkeerde auto’s. Er beweegt nauwelijks iets, wat dan wel weer rustig is voor de ogen en misschien is dat een van de redenen dat deze mensen zo rustig zijn. Misschien zijn ze kalm en in balans enzo, maar ik denk waar zijn dan die golven en het graven en spelen en waar rennen de lokale kinderen dan achter de meeuwen aan, zoals mijn dochters?

Afijn, dus niemand zegt iets en ik denk Kees, wat hebben we het goed, want in mijn hoofd mag ik Kees zeggen, maar dat zou ik in het echt natuurlijk nooit doen, meneer van Kooten. Ik lach om hoe Kees zich in 1979 autobio groef en stel dat ik een stel was dan was het toch onbeleefd als ik op een terrasje in de zon liever in plaats van met die stel-genoot te zwijgen met Kees zou blijven zitten autobio graven.

Zonnen en zennen

Zal ik hardop verder lezen? Ik ben dat toch wel gewend, als moeder van drie en dan ook nog eens optredend kinderboekenschrijver. Maar ik weet niet of die stellen op de Veluwe dat wel gewend zijn, of dat ze het waarderen, als ze dus wel vet zitten te zennen, dankbaar voor de rust en vooral stilte, dat die ander zo opluchtend haar tetter houdt en hij niet zo brommerig onverstaanbaar ouwemannenmoppert.
Of ze volgen het gesprek van de vriendinnen. Het gaat nu over melk in brood en de serveerster heeft al vier keer iets in de keuken gevraagd over of dat en dat wél kan zonder melk, maar steeds helaas, en Alzheimer, daar zien ze een verband dat mij ontgaat, maar het kan ook zijn dat het twee gemengde gesprekken zijn.

Ik kijk NIET die kant op. Ik hoef hier niets en ik ben hier trouwens niet eens, niemand weet, niemand weet hoe ik heet. Kom Kees, vertel vanuit vroeger over jou als jonge papa en je mooie vrouw en kleine Kasper en Kim, tijdreis me en maak me nog eens zeer vrolijk gelukkig, hier onzichtbaar zonzwijgend autobiobegraven op de Veluwe.

(c) Suzanne Buis, ZijUitZicht, volliefs.nl