‘Je moet kinderlijker tegen hem praten’ 8 september 2020

Hoe herken je ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid bij jonge kinderen?

Veel ouders van hoogbegaafde kinderen beseffen lange tijd niet dat er iets aan de hand is. Thuis ben je afgestemd op je kind, je was waarschijnlijk zelf als kind ook vlot, het zit in de familie… Vergeleken met anderen praat je misschien op heel volwassen wijze met je kind, want zo doet hij ook. Het verschil in lengte maakt voor deze kinderen niet dat ze ook minder waard zijn: ze voelen zich volwaardige mensen en worden ook graag zo behandeld. Dat kan strijd opleveren. Of jij als ouder vindt het prima en het is geen probleem, zolang jullie thuis zijn.
Vaak valt het pas op dat een kind ‘snel’ is of op een heel andere manier praat, wanneer hij of zij zich onderscheidend gedraagt bij de opvang of op school. Maar ook dat gebeurt niet altijd.

Helaas zijn veel hoogbegaafde kinderen heel goed in staat zich onopvallend te gedragen en zich aan te passen aan de verwachtingen en aan de andere kinderen in de groep. Dat krijg je als ouder vaak niet mee. allereerst zijn er weinig leerkrachten en medewerkers van de opvang getraind in het herkennen van signalen van ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid. Als een opvangmedewerker of leerkracht het niet opmerkt en benoemt, kan het lang onopgemerkt blijven.
Of er gaan belletjes rinkelen wanneer je als ouder te horen krijgt dat je ‘wat kinderlijker tegen hem moet praten’…

‘Nee, geen Harley Davidson: dat is een broembroem’

Anita, de moeder van Max, vertelt dat hij altijd goed heeft onderhandeld. ‘In groep 1 zei zijn juffrouw dat je kon merken dat hij enig kind is. Zijn woordenschat was te groot, hij gebruikte te moeilijke woorden, hij stelde dingen ter discussie. Haar advies aan mij: “Je zou kinderlijker tegen hem moeten praten.” Ik keek haar aan…
Waarschijnlijk was wel te zien dat ik me afvroeg of ze niet helemaal goed bij haar hoofd was. Max heeft nooit gebrabbeld, hij is heel goed met taal. Toen hij anderhalf was, fietste ik met hem door de weilanden en dan zei ik: ‘Kijk, een vogel!’ Dan kon hij reageren met: ‘Ja, kijk, een Mercedes huppeldepup type zus en nummer zoveel.’ Aan de uitlaat zag hij of de auto op benzine of diesel reed. Serieus, moest ik dan zeggen: “Nee, dat is een broembroem”?’

Te groot vertrouwen in school

Achteraf gezien vindt Anita het jammer dat ze toen een te groot vertrouwen heeft getoond in het onderwijssysteem. ‘Nu vind ik dat ik veel harder in discussie had moeten gaan. De in tuïtie van de moeder overstijgt alle scholen, besef ik steeds meer. Ik wilde geen asociale moeder zijn die verhaal gaat halen op school en agressief lijkt. Maar nu besef ik dat ik wel veel meer voor hem had willen opkomen. Hij kreeg extra werk, dat was afgesproken. Dus je denkt dat er aandacht is voor wat je zoon nodig heeft. Pas jaren later hoorde ik van Max zelf hoe erg hij het vond dat hij apart gezet werd. Hij deed niets meer klassikaal, dat kon volgens de docenten niet meer. Dat had nooit mogen gebeuren, dat is door de school gecreëerd. Ik hoorde het pas veel later, want de school meldde helemaal niets en Max was toen nog veel te klein om het te beseffen. Leerkrachten moeten daar veel meer op gewezen worden: je moet zulke kinderen niet in een uitzonderingspositie zetten, dat is voor ieder kind slecht.’

Hokjes

‘Ik vind dat kinderen niet in hokjes gestopt hoeven te worden, maar dat kan wel helpen om te zorgen dat bepaalde dingen serieus genomen worden. Als je dyslexie hebt, of dyscalculie, wordt er wat mee gedaan op scholen. Dan krijg je extra tijd of aangepaste lesstof. Hoogbegaafdheid is eigenlijk ook zo’n “aandoening”. Het is iets wat je hebt en waar je maar beter rekening mee kunt houden. Erkenning door de omgeving zou fijn zijn. Ondanks de aandacht die er tegenwoordig voor is, wordt er nog steeds vooral gedacht dat hoogbegaafden blij moeten zijn dat ze zo slim zijn en dat ze alles goed kunnen.’

Grote mond of terechte feedback

Op de fulltime hb-school werd er beter mee omgegaan dat Max soms kritisch reageerde op de uitspraken van leraren. ‘Kritiek kan hij prima onder woorden brengen en dat zal hij ook niet laten. Hij kan niet tegen het onrecht dat iemand niet wordt aangesproken op dingen die niet kloppen. En het komt niet bij hem op dat hij bepaalde dingen niet kan zeggen. Waarom is die leraar de baas? Als hij geen gelijk heeft, heeft hij toch geen gelijk? Een leraar kan dan wel een leraar zijn, maar als die iets beweert wat in zijn ogen niet klopt, vindt Max dat hij er melding van moet maken. Ook al is het soms in zijn eigen voordeel om zijn mond te houden.’

Herkenbaar?

Het is belangrijk om je als ouder in te lezen en voor te bereiden op een andere rol dan je wellicht in gedachten had. In plaats van alleen opvoeder zul je meer begeleider moeten worden. Deze kinderen hebben veel ruimte en regie over eigen leven nodig. Daarbij hebben ze jou als ouder nodig om vaardigheden te verwerven die bij die eigen-wijsheid passen.
Als je dit zelf lastig vindt en er is veel strijd in je gezin, overweeg dan een externe hoogbegaafdheidsdeskundige in te schakelen. Vaak zijn enkele gesprekken al heel verhelderend.
Let op: niet alle opvoeddeskundigen hebben begrip voor en verstand van hoogbegaafdheid. Heel veel ouders van hoogbegaafde kinderen en kinderen met ontwikkelingsvoorsprong hebben veel spijt dat ze – tegen hun gevoel in – adviezen van bijvoorbeeld consultatiebureau of CJG zijn blijven volgen. Straffen en belonen, de methode van The Nanny, ‘stevig aanpakken’: het werkt alleen maar averechts. Durf kritisch te zijn, ook als je het zelf niet meer weet! 

Dit is een fragment uit een van de ervaringsverhalen van ouders, te vinden in het e-book bij de online cursus hoogbegaafdheid. In 10 video’s krijg je compact en snel informatie over de kenmerken van ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid. Praktische tips helpen je verder dan alle standaardopvoedmethodes, want daarvoor lopen deze kinderen veel te veel op hun eigen pad.
De grootste uitdaging is aan ouders om óók te durven afwijken van ‘de standaard’. Daarvoor vind je inspiratie en inzichten in de online cursus hoogbegaafdheid. Zo breng je de rust terug in je gezin met hoogbegaafdheid.

En die jongeren dan? Die op school niet uit de verf komen?

Deze creatieve, grappige, originele, verrassende jongeren met hun scherpe blik en kritische houding hebben het niet altijd makkelijk op school. Het is ook niet makkelijk om als ouder je kind te ‘coachen’ hoe hij of zij om kan gaan met andere volwassenen, zoals op school. Niet iedere volwassene staat er voor open om met een open hart en open geest te luisteren naar een kind of jongere. Toch is dit voor juist heel jonge kinderen ook heel erg belangrijk.
Wat heel erg helpt is om zo nu en dan tussen ‘soortgenoten’ te zitten. Zoek een hb-centrum in de buurt, bijvoorbeeld via www.ikbenhoogbegaafd.nl en vind een peers-group.
In het Droomdenkers Talentcentrum in Limmen komen ook jongeren vanuit het hele land, voor de Leren Leren trainingen en de droomdenkersgroepen. Even wél mogen zeggen wat je denkt en kunnen praten over je ervaringen thuis en op school, heeft langdurend en groot effect.
Check de agenda en meld je aan voor de nieuwsbrief.

Wil je zelf je verhaal kwijt? Behoefte aan een goed gesprek?

De schrijver van Mijn hoogbegaafde kind en ik, Mijn hoogbegaafde puber en De droomdenker is Suzanne Buis, tevens eigenaar van het Droomdenkers Talentcentrum en maker van de online cursus hoogbegaafdheid. Elke maand heeft ze een aantal coachingsessies met ouders. Heb je hier ook behoefte aan? Lees dan hier verder en boek tijd voor een goed gesprek over jouw gezin met hoogbegaafdheid.