Droomdenkende tiener wil context bij het leren 12 augustus 2018 – Tags: , , , , , , , , , , ,

Droomdenkers en hoogbegaafde jongeren zijn op school nog niet in beeld. Beelddenken, hoogsensitiviteit en mogelijke hoogbegaafdheid beginnen een beetje meer bekendheid te krijgen op basisscholen. Bij een dromerig kind wordt niet meer automatisch gezegd dat hij/zij het niet kan volgen, ‘nog iets te jong is’ of niet oplet. Helaas lijken tieners meer commentaar te krijgen op dit dromerige gedrag. Suzanne Buis legt in Mijn hoogbegaafde puber vragen hierover voor aan jongeren, ouders en deskundigen. Een voorproefje:

In De droomdenker, het kinderboek van Suzanne Buis voor en over hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit en beelddenken, is de hoofdpersoon een jongetje dat veel zit te dromen. Zijn brein is zeer actief, hij denkt ver en breed, in tijd en ruimte, maar al zijn zintuigen zijn zo sterk ontwikkeld, dat hij ook in het hier en nu bijzonder intens leeft.
Door leerkrachten wordt zulk gedrag vaak als ‘afwezigheid’ bestempeld, of ze denken dat het kind ‘nog niet’ weet hoe zich te gedragen in de klas. Dezelfde kinderen krijgen op de middelbare school te horen dat ze niet betrokken zijn, ongeïnteresseerd, laks, dat ze een slechte werkhouding hebben.

Droomdenkers in hun tienerjaren

Renata Hamsikova begeleidt ouders, kinderen en leerkrachten bij het omgaan met hoogbegaafdheid. Suzanne Buis vroeg haar voor Mijn hoogbegaafde puber hoe je droomdenkers in hun tienerjaren kunt begeleiden. Renata: ‘Wanneer je kijkt naar de vijf gevoeligheden van Dabrowsky, dan heb je het hier over verbeeldingshooggevoeligheid. Dat is niet iets wat alleen hoort bij kleuters of dromerige jongetjes van acht. Dit blijft een heel leven aanwezig. Je kunt leren je te concentreren, maar niet op de standaardmanier. Je wordt continu afgeleid door heel complexe gedachten en intensiteit in het ervaren van prikkels en gevoelens, dat speelt altijdeen rol. Daar moet je geschikte handvatten voor krijgen. Veel standaardtips zijn niet van toepassing op uitzonderlijk begaafde kinderen. Als je zegt: “Zet een timer en ga tien minuten aan het werk”, dan heeft dat meestal gewoon geen zin bij deze kinderen.
Ze verliezen hun bereidheid tot medewerking als je aankomt met dooddoeners als: “Dit moet je gewoon doen, want dat heb je later nodig.” Of: “Je moet je nu eenmaal gaan aanpassen, want je gaat later ook werken met allemaal verschillende mensen.”

‘Verbeeldingsgevoelig blijf je je hele leven’

Dure aanpassingen

Degene die dat zegt, beseft waarschijnlijk niet dat zo’n jongere 50 tot 60 punten moet aanpassen, dat het een enorm gat is om te overbruggen. Veel hoogbegaafden kunnen dat ook nog, dat zou met een gemiddeld IQ niet lukken. Het probleem is dat ze zich kúnnen aanpassen, maar dat kan ze heel duur komen te staan. Doe je dit te lang en te vaak, dan bestaat het grote gevaar dat je uiteindelijk niet meer weet wie je zelf bent.’

Hoe je puber wél kan leren

‘Wat vaak helpt bij het coachen van hoogbegaafde tieners, is de leeftijd loslaten en bedenken welke tips je zou geven aan een volwassene, of aan een student. Kijk niet naar wat kinderen van deze leeftijd doorgaans nodig hebben, maar wat werkt voor déze tiener. Sommigen hebben baat bij een klein lijstje om orde aan te brengen. Anderen werken liever met muziek, in een bepaalde omgeving. Blijf goed kijken. Als ze hier nog nooit over hebben nagedacht, ga je dat samen ontdekken, een aantal dingen proberen.

Samen kun je onderzoeken hoe je de tiener aan het werk kunt krijgen, zodat hij zijn aandacht behoudt en doorwerkt.

Stapje voor stapje werkt niet, maar top-down ook niet altijd, waarbij gezegd wordt dat het kind aan de slag gaat als hij weet waaróm hij iets moet leren. Maar dat is te simpel.

Droomdenkers en hoogbegaafde jongeren hebben complexiteit nodig om te leren. Idealiter zou je achterstevoren moeten werken.

Dat kan ook op het voortgezet onderwijs. Als het kind de tafels niet beheerst, laat dat dan gerust zitten tot hij het zelf nodig vindt. Ga verder met wiskunde of algebra, dan gaat het kind zien dat hij de vaardigheid nodig heeft en leert hij het in een oogwenk.Zo werkt het ook bij talen. Mondeling ontdek je dat ze het best beheersen, alleen het inzicht van woordjes stampen en losse woordjes opschrijven ontbreekt. Dit is namelijk contra hoe hoogbegaafden leren. Ze willen context. In dictees, met zinnen, gaat het meestal al beter. Na twee jaar les in Frans spreken sommigen ineens vloeiend Frans. Dan kun je met terugwerkende kracht dingen uitleggen die eerder niet aankwamen. Dit werkt echt. Maar er ontstaat natuurlijk frustratie bij ouders wanneer scholen doodleuk zeggen: “Zo werken we niet.”’

Lees verder in Mijn hoogbegaafde puber, inspiratieboek voor ouders van hoogbegaafde jongeren, door Suzanne Buis.
Voor lezen en praten hierover met jongere kinderen schreef Suzanne De droomdenker en voor hun ouders Mijn hoogbegaafde kind & ik.